thumb|200px|Jan van Beers, 1887 Jan van Beers (Antuérpia, 22 de fevereiro de 1821- ibidem, 14 de novembro de 1888) foi um poeta flamengo, pai do pintor Jan van Beers
Trabalhou como professor de neerlandês em colégios de Malines, Lier e no Athenaeum (instituto) de Antuérpia.
Escreveu ainda uma gramática neerlandesa em 1852 e relacionou-se com o ressurgimento do movimento flamengo.
Bibliografia 1846 : Graef Jan van Chimay, eene geschiedenis uit de XVe eeuw 1849 : Frans de Hakkelaar 1851 : Bij den dood van Hare Majesteit de Koningin 1853 : Jongelingsdroomen 1854 : De Blinde 1855 : Blik door een Venster 1855 : Zijn Zwanenzang 1856 : Lijkkrans voor Tollens 1857 : Bij de 25e verjaring van 's Konings inhuldiging 1858 : Levensbeelden 1859 : De Stoomwagen 1859 : Martha de Zinnelooze 1860 : Jacob van Maerlant 1869 : Gevoel en leven 1879 : Jan van Beers' gedichten, volksuitgave 1883 : Een Droom van 't Paradijs 1884 : Rijzende blaren, Poëzie, met penteekeningen van Jan van Beers zoon, 1884 : Jan van Beers' gedichten, volksuitgave 1885 : De oorlog, in de orkestpartituur van Peter Benoit 1885 : Feestzang bij het openen der Wereld-tentoonstelling
Referências
Categoria:Naturais de Antuérpia Categoria:Escritores da Bélgica Categoria:Escritores em língua neerlandesa Categoria:Mortos em 1888